Tengel kunstprijs 2013

nhd510

Door Stichting Tengel, platform voor onafhankelijke beeldende kunstenaars Zaanstreek ben ik gevraagd ‘In de keuze van Jan Schoen’, te bepalen welke kunstenaar de Tengel Kunstprijs 2013 zou ontvangen. Met veel plezier heb ik 39 kunstwerken bekeken, die naar aanleiding van het gedicht ‘Stad aan de Muur’, van de stadsdichters Mandy Pijl en Kees-Jan Sierhuis is geschreven. Mijn keuze viel op het werk van Marsha Roth.

Bij uitreiking van deze prijs heb ik een warm pleidooi voor de kunst gehouden. Hieronder de tekst daarvan:

 

Toespraak Tengel 4 oktober 2013

Op het Zaaneiland, het voormalige William Pont Eiland is geen doorgaand verkeer, er ontbreken winkels, een school, een restaurant, een café, een buurthuis en andere sociale voorzieningen. Er is weinig reuring. Alleen bewoners komen er en een enkele bezoeker. Een aantal bewoners wilde daar verandering in brengen. De stedebouwkundige structuur en de fraaie woningen verdienden meer aandacht, vonden zij. De vraag was hoe krijg je dat voor elkaar? In navolging van wat Jan Hoet in 1986 met Chambre ‘d Amis in Gent deed, organiseerde men ’KunstEiland’, een wandelroute op het eiland, waarbij kunstenaars exposeren bij bewoners in huis. Daarbij waren wat culturele activiteiten en zie het eiland werd door honderden mensen bezocht.

 

Jan Hoet deed dat in Gent en de stad liep vol. In Amsterdam-Zuid is deze zomer de kunstroute Art Zuid geweest, het publiek stroomde massaal toe, 380.000 bezoekers werden geteld. In Venetie had men ruim 100 jaar geleden al door dat kunst een enorme trekkracht heeft en bedachten de Biennale. Deze expositie, een kaleidoscoop van hedendaagse kunst, is de grootste ter wereld. Het is een prachtige combinatie: wandelen en varen door die historische stad, op zoek naar palazzi en kerkgebouwen, waar je telkens verrast wordt door wat hedendaagse kunstenaars te bieden hebben.

 

Overal ter wereld trekken kunstmanifestaties enorme hoeveelheden bezoekers. Het Guggenheim Museum heeft Bilbao een enorme ontwikkeling gebracht. En nu in Amsterdam het Rijkmuseum, het Stedelijk en het Van Goghmuseum weer open zijn, is er een enorm tekort aan hotelkamers ontstaan. Vorig jaar heeft Manifesta in Genk, voormalig kolenmijnstad in Belgisch Limburg, de stad een enorme oppepper gegeven. En aan de Vlaamse kust is Beaufort een publiekstrekker, tot groot genoegen van middenstand en horeca. In de dagbladen worden de cultuur- kunst- en literatuurbijlagen verslonden.

 

Onze kennis van de geschiedenis zou niet veel betekenen zonder kunst en kunstenaars. Via de eerste grottekeningen uit de pre-historie, beelden uit de Griekse oudheid, schilderingen uit het oude Rome, schilderijen uit de Middeleeuwen, de Renaissance en de Gouden eeuw, hebben wij inzicht gekregen hoe het leven er toen uitzag. Maar ook het werk van de impressionisten, de Dada beweging, Bauhaus, de Stijl, Cobra, Popart, Videokunst en hedendaagse kunstontwikkelingen weerspiegelen het duidelijkst van alles de tijdgeest.

 

Onlangs liep ik in Zaandam mee met de Monet wandeling, een geweldig initiatief. Aan de hand van de schilderijen van Monet leer je meer over Zaandam uit die tijd dan wat ook. Tot voor kort wist vrijwel niemand dat Monet in 1871 hier vier maanden is geweest en er ca. 25 schilderijen heeft gemaakt. Om het Zaans Museum aan meer bezoekers te helpen, werd in een workshop over Creative City geopperd om een Zaans schilderij van Monet te exposeren en dat groot op de gevel aan te kondigen. Door allerlei redenen bleek dat niet te kunnen, zei men. Maar er zijn nieuwe kansen! Nog tot 27 oktober is in de Beurs van Berlage ‘My Dream Exibition’ te zien, met de allernieuwste digitale technieken is een groot deel van het oeuvre van Vincent van Gogh geprint op ware grootte. Niet alleen het werk van Van Gogh maakt de tentoonstelling interessant, ook het verhaal dat verteld wordt is boeiend. De expositie is een ongekend succes.

 

Misschien is het een idee om dit ook te doen met de Zaanse schilderijen van Monet en dat samen met het verhaal van zijn bezoek aan Zaandam te exposeren in het Zaans Museum of in het Molenmuseum dat, zoals mij ter ore kwam, daar ook plannen voor heeft. Volgens mij wordt dat, in kombinatie met een vaartocht, de wandeling en een goede promotie een geheid succes. Ooit bezocht ik in Frankrijk een overzichtstentoonstelling van Monet. Daarin was geen enkel Zaans schilderij te zien en ook in de biografie was niets te zien over Monet’s Zaanse periode. Het is vergeten en verzwegen. Dat maakt het extra de moeite waard om het verhaal en de beelden in één compleet overzicht te laten zien.

 

Deze zomer was in het filmmuseum Eye een retrospectief over Frederico Fellini. Na het bezoek aan deze expositie ging ik naar het Rembrandthuis voor de tentoonstelling ‘Metamorfosen’ van Peter Vos. Genietend en rondkijkend ontdekte ik de overeenkomsten in zijn werk met dat van Fellini. Beiden ontleenden veel aan de Griekse mythologie, ieder op volstrekt eigen wijze. En rondlopend in het huis van Rembrandt zag ik ineens de relatie tussen Peter Vos en Rembrandt.

De penvoering in hun tekeningen is vrijwel identiek. Een mooie ontdekking. Peter Vos stierf in dezelfde week als Harry Mulisch, slechts een klein berichtje in de landelijke dagbladen maakte er melding van. Het kan verkeren.

 

In elke stad die ik bezoek, kijk ik of er interessante exposities er te bewonderen zijn. Het geeft je bezoek zoveel meerwaarde zo is mijn ervaring. Vooral als je verrassende ontdekkingen doet en werk ziet van een kunstenaar dat die je niet kent. Zo ga ik, wanneer ik in Den Haag ben, altijd naar het Mauritshuis om het ‘Het Puttertje’ van Carel Fabritius te bewonderen. Met de Vermeers het mooiste werk dat daar hangt, vind ik. Voordat Donna Tartt haar nieuwe roman rond dit schilderij componeerde, was het werk relatief onbekend. Men kwam er voor ‘De Stier’ van Potter, ‘De zondeval’ van Breughel de Oude en de ‘Anatomische les’ enzo. Nu zal de rust in dat kleine hoekje van het museum voorbij zijn vrees ik. Midden Beemster, waar Fabritius geboren is, kan er zijn voordeel mee doen.

Zijn geboortehuis is er misschien nog. En wanneer je zijn dramatische levensverhaal erbij vertelt, is het voor velen een interessante plek om te bezoeken.

Markus Kayser expirimenteerde in de Sahara met zijn Solar Sinter Project, waarmee hij, simpel gezegd, via een vergrootglas zand deed smelten en hij kon met een 3D printer in allerlei vormen beelden maken die door afkoeling hard werden. Het was te zien in Zomergasten bij Daan Roosegaarde, die bedacht dat je daarmee voor vrijwel niets huizen kunt bouwen. Fascinerend. Daan Roosegaarde is iemand die ergens in gelooft en zich door niemand van de wijs laat brengen. That’s the right spirit.

 

Met het voorgaande, u zult het wellicht begrepen hebben, wil ik het belang van de kunst en kunstenaars in de samenleving aantonen. Kunstenaars worden ingezet om iets van de grond te tillen wat te zwaar is om op te stijgen, kunstenaars zijn er om de geschiedenis en de tijdgeest in beeld te brengen en vast te leggen, kunst wordt gebruikt om de economie aan te jagen, kunstenaars zetten innovatieve ontwikkelingen in gang, kunstenaars beroeren en roepen emoties op, Kunstenaars vernieuwen, kunst legt de verbinding tussen verleden, heden en de toekomst, kunst zet aan tot denken, kunst ontspant, kunst laat zien wat je niet eerder zag, kunst maakt mogelijk wat voor onmogelijk wordt gehouden, kunst is de sublimatie van het leven en als zodanig een hele belangrijke stimulator in de samenleving.

 

Goed, dit vastgesteld hebbend, zal niemand dat hier zal betwisten! …

Begrijpt u dan waarom de overheid, landelijk en locaal, zoveel minachting voor kunst en cultuur heeft? Dat er daardoor geen creatieve vakken meer op de scholen zijn, dat de fanfare verdwijnt, waar kinderen een instrument leerden bespelen, dat het fijnmazige systeem van culturele vorming tot de grond toe wordt afgebroken. Dat hier een man staatssecretaris van onderwijs en cultuur kan zijn, die zegt dat hij niets van kunst en cultuur weet en die zich gelukkig prijst niet gehinderd te worden wanneer hij orkesten, toneelgezelschappen, bibliotheken, kunstopleidingen en kunstenaars de nek omdraait? Deze staatssecretaris, nu de fractievoorzitter van de VVD, beweerde alleen topkunst te steunen.

Hoe die topkunst, als je al weet wat dit is, zich moet ontwikkelen is mij een raadsel wanneer alle opleidingen en orkesten tot marginale proporties zijn gereduceerd. Zou hij denken dat topkunst vanzelf ontstaat? Helaas is deze barbaar hiertoe in staat gesteld door een volk dat voor een groot deel evenzeer cultuur veracht. Dat is een treurig gegeven.

 

Maar ook lokale bestuurders tonen met regelmaat hun minachting voor cultuur. In deze stad bedacht men dat alle culturele instellingen in een ‘cultuurcluster’ moeten. Niet omdat dit goed is voor de cultuur. Nee, omdat dit de gemeente even beter uitkomt. Gek is dat, bureaucraten bedenken nooit iets dat goed is voor de cultuur.

Een ‘cultuurcluster’ wordt een ‘cultuurghetto’, een opeenhoping alle culturele disciplines levert een grauwe onsmakelijke brei op, een brei die niemand lust. De cultuur wordt in een ghetto gestopt en daarmee verdwijnt alle culturele levendigheid uit de stad. Dan hebben we binnenkort alleen nog braderieën, play-backen op de Zaan en bokketochies.

 

Toch gloort er hoop. Een crisis is altijd wel ergens goed voor. De crisis als start van een andere samenleving bijvoorbeeld. Voor diverse steden in Europa, blijkt de crisis een zegen. Zo viert Dublin de crisis met kunst, meldde Het Parool in de cultuurbijlage. In leegstaande panden ontstaan nieuwe initiatieven. Groepen jonge kunstenaars krijgen de kans om zich daar te vestigen en verenigen zich, inspireren elkaar en werken samen in allerlei creatieve disciplines. Die jongeren ambiëren geen negen tot vijfbaan. Geld is niet meer belangrijk, maar doen wat je leuk vindt wel. Met crowdfunding projecten en het onderling geven van opdrachten is de afhankelijkheid van banken en de overheid gemarginaliseerd.

In Amsterdam moet een creatieve hotspot (ja, ja) De Baarsjes nieuw leven inblazen. Er ontstaat een nieuwe avantgarde. ‘De geest moet waaien’, Johnny van Doorn zei het decennia geleden al.

 

Gelukkig zijn er ook hier ter stede her en der nog prachtige initiatieven zoals; ‘MyHome’ in de Rosmolenbuurt, een kunstproject van Marc Volger waarin hij samenwerkt met de bewoners van de buurt, die zelf optreden als inspirerende muze. Het is een feest om de etalage van de oude meubelzaak te bekijken.

En het Collegium Vocale, het koor dat al jaren met orkest Eik en Linde eens per maand Bach Cantates uitvoert in de Bullekerk en dat van mij allang de Zaanse cultuurprijs had mogen krijgen.

 

En natuurlijk is er de atelierroute … al voor de twintigste keer. Ik zou wensen dat alle ‘bokketochie’ gangers voor één keer hun spirit in kunst i.p.v. in de alcohol zullen vinden en naast hun biertocht een keer de atelierroute zullen doen en van het geld dat gewoonlijk in de kroeg wordt uitgegeven, een kunstwerk aanschaffen. Het kan zijn dat ze ontdekken dat je daar langer plezier van hebt dan van een kater. Ik hoop dan ook dat iedere kunstenaar een goed ‘Open Atelier’ zal hebben, met veel belangstelling en een goede verkoop.

 

Vandaag zijn we in het Weefhuis, op historische grond. Want in 1960 hebben een groep kunstenaars het gebouw tot hun expositieruimte gemaakt en was het de voorloper van De Zienagoog . Ik heb gekeken naar het werk van kunstenaars, geïnspreerd door het gedicht ‘Stad aan de muur’, van stadsdichters Mandy Pijl en Kees-Jan Sierhuis. Een mooie inspirerende vorm van samenwerking.

Zo is mij gebleken.

 

Dan wordt het nu tijd om mijn voorkeur uit te spreken. Het is niet mijn gewoonte om in het openbaar een oordeel te vellen over het werk van anderen. Maar ik kon de verleiding niet weerstaan om, op verzoek van Tengel, mijn voorkeur uit te spreken. U zult begrijpen dat mijn voorkeur geen enkele status heeft, het is enkel mijn gevoel van het moment, morgen kan het anders zijn. Het zou goed zijn als u, wanneer u het niet met mijn keuze eens bent, dat luidkeels laat blijken. Dat zou een goede aanleiding zijn voor een heftige discussie. Als iedere bezoeker van deze expositie ook zijn of haar voorkeur uitspreekt en dat noteert in het gastenboek, of schrijf op een A4tje welk werk u het best bevalt en hang dat op.

Dan weten we aan het eind van de expositie wat de voorkeur van de bezoekers is.

 

De criteria waar ik rekening mee heb gehouden zijn:

• de relatie met het gedicht en het poëtische gehalte;

• waar kan ik zelf het meest in ontdekken?;

• materiaalgebruik en presentatie;

• hoe is het uitgevoerd;

 

Ik zag het fragiel bloeiende dat door de wind wordt opgenomen in beweging en licht. De stad opgebouwd uit hout, dat licht genoeg is om niet in het veen te zakken. Sporen als van paddestoelen verborgen in eeuwenoud hout, één die met het openen van een lade een groeiende kauwgomblaasbel laat zien, dat aanzwelt als de wind en duidelijk maakt ‘Als je me lastig valt ben ik zo weer verdwenen in onzichtbare sporen.’ Die sporen laten zich niet leiden of dicteren door rijm. Die gaan hun eigen gang. Verpakt in een kast, verborgen schoonheid maar groots als de stad op Zaans zakformaat. Trek een lade open en je wordt verrast door een mysterieuze kracht. De stad die door de muur heen breekt.

 Mijn keuze is het werk van Marsha Roth.

 

   
Dit bericht is geplaatst in Algemeen, De Wereld, Kunst & Cultuur, Samenleving, Vormgeving & Design met de tags , , , , , , . Bookmark de permalink

Één reactie op Tengel kunstprijs 2013

  1. Jan schreef:

    Zo, dat is niet mis!
    Pieter Plovski

Geef een reactie